Longerje nei gerjochtichheid

Lezingen:

Jesaja 58: 5-11
Matteüs 5: 1-10

Longerje nei gerjochtichheid
(honger en dorst naar gerechtigheid)

1.
Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Dat is de vierde ‘zaligspreking’ van de acht die Matteüs ons geeft. Matteüs plaatst de Bergrede aan het begin van Jezus’ optreden. Het is zijn eerste ‘preek’, een rede van drie hoofdstukken lang. Maar met deze zaligsprekingen wordt direct de kern van Jezus’ spiritualiteit tot uitdrukking gebracht. Het is de samenballing, een opperste concentratie van Jezus missie. Niet zozeer een samenvatting, eerder een explosie. En om maar met de deur in huis te vallen, dit kan onze spiritualiteit ook zijn, of worden. In de loop der jaren merk ik dat ik steeds meer in deze richting wordt gezogen. Dit is meer en meer de uitdrukking van mijn geloven, hier wil ik me mee identificeren, hier wil ik in groeien. En hoe meer dit gebeurt, hoe minder de aantallen woorden waarmee ik mijn geloof probeer uit te drukken.

2.
Jezus spreekt tot de mensen ver verwijderd van mijn tijd en mijn context. Maar ik stel me voor dat onze behoeften van vandaag de dag niet zo heel anders zijn dan toen. De mensen zullen Jezus gevraagd hebben om wijsheid, om hen een weg te wijzen, om richting te geven naar de toekomst toe. Ze zullen Jezus gevraagd hebben: ‘Hoe moeten wij leven? Moeten wij toegeven aan het onrecht, het geweld, de hardheid? Moeten we maar gaan meedoen en knokken voor ons eigenbelang? Moeten we het maar voor lief nemen? Moeten wij ons maar aanpassen omdat wij er zelf anders aan onder door gaan? Jezus, vertel ons, hoe leven wij een goed leven?’

En dan prijst Jezus de mensen gelukkig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Dan benoemt hij deze weg als ‘zalig’, zó ben je op de goede weg. Het lijkt misschien niet zo, maar dit is de weg van het echte geluk. Jezus geeft de mensen met deze zaligsprekingen een ‘grondwet’ voor het leven, de grondwet voor geluk.

3.
Jezus put bij iedere zaligspreking uit zijn eigen geloofsbronnen, uit wet en profeten. Deze keer lezen we enkele verzen uit het profetenboek Jesaja. Opvallend is de heldere, concrete taal van Jesaja. Het gaat bij gerechtigheid niet om theoretische bespiegelingen. Het gaat niet om je recht te verkrijgen (of te ‘halen’), maar om een concrete levenshouding: Je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen? (Jesaja 58: 7).

4.
Maar hoe kan Jezus nu zeggen: ‘Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.’ Het lijkt immers altijd andersom. Het onrecht gaat maar door en er lijkt geen eind aan te komen. Moet ik het allemaal benoemen? Hoeveel kunnen we aan? Soms denk ik dat ik het allemaal niet wil weten. Dat ik geen krant wil lezen, geen journaal wil kijken, geen sociale media wil openen. Liever maar niet weten en zelf wat gelukkig leven op mijn eigen vierkante meter. Hoe kan Jezus zeggen dat wanneer we hongeren en dorsten naar gerechtigheid we verzadigd zullen worden?

Maar dan bedenk ik dat Jezus dit ook wel wist en dat de wereld toen ook verdrietig stemde. Jezus wist ook wel dat het eerder lijkt alsof de onrechtvaardigen aan het langste eind trekken; dat de bullebakken hun zin krijgen; dat het gebruik van geweld loont. Maar hij draait het om. Hij spreekt een bemoediging uit voor wanneer we het niet meer weten en een woord van troost wanneer we in tranen zijn. Deze zaligspreking is een uitroep tegen de onverschilligheid, tegen de moedeloosheid, tegen de machteloosheid. Het lijkt alsof de onrechtvaardigen, de bullebakken, en geweldenaars aan het langste eind trekken. Het lijkt alleen maar zo, want de goede weg is uiteindelijk het verlangen naar gerechtigheid.

5.
In de veertigdagentijd hoorden we elke week deze woorden: ‘Slechts het water dat wij te drinken geven, zal onze dorst lessen.’ Met zo’n omkering, een dergelijke paradox hebben we ook te maken met het hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Want we zullen verzadigd worden. Wanneer we honger en dorst hebben, echt honger en dorst, dan is er maar een ding dat nog telt: ik moet nú iets eten, of ik val om. Ik moet nú drinken of ik sterf. Hongeren en dorst gaat ons in het lijf zitten, het wordt deel van ons wezen. De wereld verandert niet zomaar een-twee-drie. Maar wijzelf veranderen naar lijf en ziel! En de mensen met wie we omgaan veranderen. En uiteindelijk zal de wereld veranderen.
De gerechtigheid waar we zo intens naar verlangen, zal uiteindelijk in ons incarneren, het zal deel van ons leven worden en het zal ons verzadigen. IN het Fries is er een mooi woord voor dat hongeren en dorsten: longerje (het is het woord voor een diep verlangen). Wy jongerje nei gerjochtigheid. It longerjen nei rjocht sil ús ek rjochtfeardich meitsje. Zoals Jesaja dat ook beschrijft: als je zó leeft dan zul je zijn als een goed bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit opdroogt (Jesaja 58: 11). Je zult verzadigd worden, zegt Jezus. Martin Luther King zei in tijden van ernstig onrecht: ‘Justice will flow like a river’.

6.
God zij dank zijn er overal op aarde kleine groepen mensen die dit verhaal hoog houden. Die in een wereld van onrecht en geweld koppig het hoofd niet buigen voor de machten die ons knechten. Die zich niet neerleggen bij de gewelddadige waan van de dag. God zij dank zijn er groepen mensen die zoeken naar vrede en gerechtigheid, die zich aansluiten bij de Pilgrimage for justice and peace, zoals uitgeroepen door de Wereldraad van Kerken. Daar ligt het wezen van de kerk. Dat mensen recht gedaan wordt. Recht op hun voeten mogen staan. Leven met opgeheven hoofd!

Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig jij die hongert en dorst naar gerechtigheid, want je zult verzadigd worden! Amen.

HINNE WAGENAAR
(juli 2017)

Geef een reactie