Dagboek van een dominee in Jorwert (22 maart 2020)

een strakblauwe hemel

Zondag 22 maart 2020. Vroeg uit bed en mijn ‘geestelijke oefeningen’ gedaan in de kou, onder een strakblauwe hemel. Daarna ontbeten met Sietske en ons voor de TV genesteld. Ik ben blij met een dienst uit Frjentsjer en dat een collega ‘de honneurs’ waarneemt. De opzet is iets anders dan vorige week, volgens mij een verbetering. Uit alles blijkt dat het zorgvuldig is voorbereid. Mooie liederen uit Taizé, muziek door orgel en fluit. Maar ondanks dat vind ik het moeilijk om naar de kerkdienst te kijken. Sietske loopt al eerder weg, ik blijf zitten uit fatsoen. Wat is er aan de hand? In gevoel van eenzaamheid komt over me. Ben ik niet gewend om naar een TV-dienst te kijken? Dat ook, maar er is meer. Ik vind de vorm waarin het gepresenteerd wordt niet goed passen. Een kerkdienst alsof alles nog gewoon is met orgel, dominee en preekstoel. Maar het is niet gewoon, de kerk is leeg! Vorm en inhoud zijn niet in evenwicht. Om het voor mij te laten werken, zou de vorm moeten veranderen naar een intiemer gebeuren. Bijvoorbeeld in een kapel, met een lezing, een paar woorden, goede zang en muziek. Ik denk dat ik overgevoelig ben voor vorm. Vaak wordt gedacht dat mensen de kerk verlaten vanwege de inhoud, maar ik denk dat de vorm van de kerkdiensten mensen parten speelt.

Tijdens de dienst zap ik naar een ander kanaal. Daar draagt aartbisschop Eijk de mis op. En met alle respect voor de Rooms Katholieke Kerk, deze viering verdraag ik echt niet. Niet zozeer vanwege de vorm (dat ook) maar vanwege de inhoud van de woorden en de uitstraling van de aartsbisschop. Wat een woestijn! Het enige dat me roerde, en dat Sietske uit de andere hoek van de kamer terug deed bewegen naar de TV, was de muziek na de communie uitgevoerd door trompet en orgel: de tune van Ennio Morricone uit de film The Mission.

Vanmiddag zat Sietske in de kerk van Jorwert tussen 14.00 en 16.00 uur. Zoals steeds loopt het rustig door. Een gezin, een aantal enkelingen, een (echt-)paar. De hele dag lopen mensen in en uit, zonder dat er sprake is van een ontmoeting met elkaar. Ook al zijn het er niet veel, de reacties van de bezoekers zijn warm: ‘Wat mooi dat dit kan’, ‘Wat heerlijk om hier even stil te kunnen zijn’, ‘Wat een krachtplek’.

Ik kom vandaag weer toe aan wandelen, het lezen van een artikel over Willibrord, het bellen met kinderen en familie, het schrijven van mijn dagboek. Wat een weelde!

Geef een reactie