Speeches bij iedere gelegenheid

Het vrouwencentrumHet is maandagmiddag drie uur. De drum gaat ten teken dat de lessen weer beginnen. De drum is onze klok, onze schoolbel zou je ook kunnen zeggen. Aan het begin van elke activiteit wordt er een bepaald ritme gedrumd zodat men weet hoe laat het is. De studenten gaan ieder weer naar hun eigen klaslokaal of naar de bibliotheek om te studeren. De echtgenotes van de getrouwde studenten – dat zijn er dit jaar twaalf – gaan ook richting hun lokaal in het Vrouwencentrum. Een paar jaar geleden is er met geld van de Nederlandse Hervormde Kerk/Kerkinactie een Vrouwencentrum gebouwd hier op het seminarium. In dit gebouw bevindt zich een grote ruimte voor gezamenlijke (seminarium) activiteiten, een klaslokaal, een keuken voor kooklessen, een opslagruimte, toiletten en een EHBO-post. Het Vrouwencentrum wordt intensief gebruikt. Nu de kapel nog in aanbouw is, wordt de grote zaal onder andere voor het ochtend – en avondgebed gebruikt. Ook de gezinsdienst, die we iedere vrijdagavond hebben, wordt gehouden in het Vrouwencentrum.

Hulpvragen
De echtgenotes van onze studenten, ik noem ze in dit stuk de vrouwen (niet de vrouwelijke studenten!), volgen tijdens hun verblijf op het seminarium een groot aantal cursussen. We vinden dat zij op hun taak als predikantsvrouw moeten worden voorbereid. Zij zullen een belangrijke rol spelen in de gemeente waar ze geconfronteerd worden met vragen over gezondheid en ziekte, leiding moeten geven aan de vrouwenvereniging etc. Vaak hebben zij niet de gelegenheid gehad om hun middelbare schoolopleiding af te maken. In de groep van dit jaar is een groot verschil in opleidingsniveau. Twee vrouwen zouden naar de universiteit kunnen, gezien hun vooropleiding. Twee vrouwen hebben een lerarenopleiding gevolgd en drie andere hebben bijvoorbeeld de basisschool niet eens afgemaakt. Dat is niet altijd makkelijk voor het lesgeven! De vrouwen krijgen vier cursussen per semester, dus per half jaar. Wanneer ze na twee jaar het seminarium verlaten, hebben ze zestien (vier maal vier) cursussen gevolgd. Vakken die tijdens deze twee jaar op het programma staan zijn: naaien en verstellen, bijbelstudie, Engels, handwerken, kinder- en jeugdverzorging, EHBO, koken, huishoudkunde, communicatie en presentatie, handenarbeid en tuinieren. Er wordt lesgegeven door de echtgenotes van de seminariumdocenten. Het aangeboden cursuspakket hangt dus ook af van de deskundigheid van de aanwezige docentenvrouwen. Sinds onze komst hier heb ik zeven cursussen gegeven. Dit semester geef ik op maandagmiddag een cursus over communicatie en presentatie. In de veertien lessen van deze cursus probeer ik met hen te werken aan het verbeteren van hun presentatie; het geven van lezingen en toespraken, bijbel-lezen in de kerk en stemgebruik. Een soort cursus ‘spreken in het openbaar’. Daarnaast besteden we tijd aan wat simpele gesprekstechnieken omdat ze, als toekomstige dominees-vrouw, geconfronteerd zullen worden met hulpvragen uit de gemeente.

Speechen
Vanmiddag zijn we bezig met het houden van een speech. In de voorafgaande lessen heb ik theorie gegeven over het voorbereiden en het schrijven van een speech en heb ik een paar voorbeelden gegeven. In Kameroen vindt men speechen erg belangrijk. Bij iedere gelegenheid worden er speeches gehouden en ik moet zeggen dat we dat echt op prijs zijn gaan stellen. Ik heb er ook veel van geleerd. Tussen haakjes: we hebben tijdens het verlof van ‘Simmer 2000’ weer gemerkt dat het in Nederland toch vaak wat (te?) informeel toegaat: Fijn dat jullie er zijn, ga zitten. Er is daarin een soort verlegenheid, een gevoel van doe maar gewoon. Terwijl het heel goed kan zijn om bij een bepaalde gelegenheid weer even te noemen waarom je bij elkaar bent. Of je dankbaarheid uit te spreken voor de aanwezigheid van je gasten en hen te laten horen hoe blij je met hen bent.

Kritiek
Dat hier in Kameroen ook niet iedereen goed kan speechen, blijkt wel  tijdens de les. Als huiswerk moesten ze een speech schrijven voor een  bepaalde gelegenheid. Om de beurt moeten ze hun speech voordragen. De rest van de klas geeft commentaar, zowel op presentatie (houding, lichaamstaal, kijkt ze de mensen aan, stemgebruik, etc.) als op inhoud (is wat ze zegt correct). Het is duidelijk dat we een aantal natuurtalenten in de groep  hebben. Maar meer dan de helft heeft grote moeite met de speech, zowel met de inhoud als met de presentatie. Ik geef een ieder zoveel mogelijk opbouwende kritiek en vraag hen de speech opnieuw te schrijven en vooral thuis luidop te oefenen. Na het oefenen van de speeches gaan we naar de grote zaal van het vrouwencentrum. Daar doen we allerlei lichaams- en stemoefeningen. Even ontspannen na een zware les.
Aan het einde van de les zeg ik, min of meer als grap, dat ze allemaal een afscheidsspeech voor mij moeten houden bij mijn vertrek over drie weken en dat de speech een deel is van hun examen. Dat had ik niet moeten zeggen. Ze  vinden het vreselijk dat ik met de kinderen naar Nederland vertrek. In de afgelopen drie en een half jaar ben ik zelf ook verknocht geraakt aan dit seminarium en aan het leven en werken hier. Toch is het voor de grote  jongens beter wanneer ze weer integreren in het Nederlandse schoolsysteem. Zelf verlang ik er naar om wat meer anoniem door het leven te gaan. Hier hebben we qua positie en qua huidskleur toch wel een opvallende rol en  wordt er veel en vaak een beroep op ons gedaan. Daar is niets mis mee, maar ook niet altijd makkelijk. Als ik dan zeg dat we er ook naar verlangen weer dichter bij de ouders te wonen, begrijpen ze dat wel. Hoe mijn eigen afscheidsspeech gaat klinken, weet ik nog niet. Ik heb hier wel geleerd hoe en wat ik moet zeggen. Maar of ik dat zonder tranen en gesnotter kan, dat weet ik niet. Ik zal het goed voorbereiden en luidop oefenen. Op die manier kan ik laten zien wat ik van hen geleerd heb deze afgelopen jaren.

Sietske Visser
(Friesch Dagblad, 12 december 2001)