De alomtegenwoordigheid van de dood

Tijdens openingsdienst nieuwe semester

Tijdens openingsdienst nieuwe semester

Sinds een paar weken ben ik nu terug in Kameroen, terug op het seminarium van de Presbyteriaanse kerk. Het was goed thuiskomen, ook al ben ik nu alleen. Maar ik moet toegeven dat een aspect van de dagelijkse realiteit me hard raakt en uit mijn evenwicht brengt. Wanneer ik in Nederland ben, heb ik de neiging het leven in Kumba te idealiseren: rust; mooie natuur; warmte; hartelijke omgangsvormen met elkaar en dergelijke. De werkelijkheid echter is veel harder. Wat me hard raakt is de alomtegenwoordigheid van de dood. Het lijkt wel alsof het ieder semester erger wordt.
Tijdens de plechtige openingsdienst aan het begin van dit nieuwe semester werd er (natuurlijk) gebeden voor diegenen in onze gemeenschap die iemand hadden verloren tijdens de maand dat we allemaal weg waren geweest. Natuurlijk werd er ook gebeden voor diegenen (en de nabestaanden) die we vorig semester hadden verloren. Met vooral aandacht voor een van onze eigen docenten, dr. Mungong, die vier weken na aankomst overleed, en voor ds. Teh, de man van een van onze studentes. Beiden laten veel familieleden achter. Al de anderen van het vorige semester konden niet bij name genoemd worden. Want er waren alweer zoveel te noemen van de afgelopen maand. Ik heb de namen van de overledenen geprobeerd te tellen. Ik kwam tot twintig! Dan gaat het om ouders, grootouders, broers en zussen en neven en nichten. Dat zijn er vaak nogal wat in Kameroen. Maar desalniettemin hadden twintig van de zeventig studenten een nabij iemand verloren in de afgelopen maand. En wanneer dat een ouder of grootouder is, dan is dat eigenlijk geen groot nieuws. Dat is gewoon. Maar meer en meer is het ook normaal aan het worden dat broers en zussen van onze studenten overlijden. Dan hebben we het over mensen in de categorie van tussen de twintig en veertig jaar oud. Direct in de eerste week ging het weer verder. Mr. Abro, een van onze studenten, werd op de eerste maandag van de colleges weggeroepen omdat zijn jongere zus van 25 was overleden.
Verder werden we opgeschrikt door het bericht dat de eerste dochter van onze chauffeur, Mr. Peter, was overleden. Ik schrok omdat ik zijn kinderen ken, maar het bleek een dochter te zijn uit een eerder huwelijk waar ik geen weet van had. Hij vertelde me dat ze 35 jaar was en een onprofessionele abortus had ondergaan. Daaraan was ze overleden. Ze laat een zoontje van twee achter, zonder vader. Mr. Peter was op woensdag naar zijn dorp vertrokken. Op donderdag vertelde hij dat ze haar hadden begraven om half vier die woensdagmiddag. Hij was al weer aan het werk. Het leven gaat door. Het overkomt iedereen.
Tenslotte hoorden we vanmorgen dat de voorzitter van de CYF (Christian Youth Fellowship), de jongerenvereniging in Kumba-stad, was overleden. Hij was een goede vriend van een aantal van onze studenten. Ontzetting alom… En zo gaat het maar door.

Pake en Beppe
Wanneer ik dit meemaak, moet ik vaak denken aan pake en beppe Wiersma in Koudum. (Ik heb mijn grootouders nog!) Wanneer ik hen bezoek, hoor ik vaak de verhalen over de vrienden en familieleden die weggevallen zijn. Ze worden eenzaam nu ze oud zijn. Maar ze zijn daar nuchter onder: ‘Wy binne âlde minsken fan mear as njoggentich jier. Aanst binne wy santich jier troud. Fansels is dat in grutte seine, mar it makket jin ek iensum.’ Pake en beppe leven in de fase van oud worden en afscheid nemen. Maar onze studenten, jong en in de kracht van hun leven, moeten daar nu al mee leren leven. In hun werk binnenkort als predikant zal het overgrote deel van hun tijd gevuld worden met dood en begraven.

Met alle vrouwelijke studenten van PTS in 2002

Met alle vrouwelijke studenten van PTS in 2002

AIDS
Ik hoor u al vragen of deze alomtegenwoordigheid van de dood te maken heeft met de om zich heen grijpende aids-epidemie. Zeker, maar dat is het niet  alleen. Het heeft ook te maken met de gevolgen van armoede en onderontwikkeling. Armoede is niet alleen maar dat mensen geen eten hebben of geen huis. Nee, armoede is een meerkoppig monster dat aan alle kanten om zich heen vreet. Armoede leidt tot onwetendheid, angst en bijgeloof; tot corrupte verhoudingen; tot een slechte infrastructuur qua gezondheid, onderwijs en verkeer; tot passiviteit omdat mensen denken hun lot toch niet te kunnen ontlopen. En dat alles kan tot een vroegtijdige dood leiden. (Jonge) mensen sterven (naast de erge ziektes en een tekort aan geld) aan een illegale abortus, aan de gevolgen van de vele verkeersongelukken (er zijn hier geen ambulances), aan een verkeerde behandeling van op het oog onschuldige ziektes, aan moord en vergiftiging, aan lethargie.

Toen ik vier jaar geleden in Kumba arriveerde, verbaasde ik me over het feit dat onze studenten elke morgen opnieuw in hun gebeden het volgende baden: ‘Wij danken U, Heer onze God, voor de slaap van deze nacht, en dat we het licht van deze nieuwe dag mogen zien’. Te midden van de (onverdraaglijke) alomtegenwoordigheid van de dood, weten de mensen hier de goedheid, die ze uit Gods hand ontvangen, elke dag weer te benoemen. Immers, het is helemaal niet vanzelfsprekend dat ze leven!

Hinne Wagenaar
(Friesch Dagblad, 21 februari 2002)