Een school met twee kinderen

JOLE School

JOLE School

Een gewone schooldag. ‘In het restaurant bestellen we rauwkost met saus en twee omeletten’, is de zin die Jornt voor zijn dictee moet opschrijven. Een typisch Nederlands dictee, want hier komen we nauwelijks in restaurants, gewoon omdat die er niet zijn. Om de week schrijft hij een dictee van tien zinnen. De andere leerling, Leon, is intussen aan het rekenen. ‘De entree voor het zwembad is 7,00 gulden voor volwassenen en 3,50 gulden voor kinderen. Hoeveel moet jullie eigen gezin betalen?’ Er is in Kumba helaas geen zwembad. Toch maakt hij de sommen met veel plezier. Onze kinderen gaan naar een privé-school. Het is de JO(rnt)LE(on) school, een school met twee kinderen in de klas en met hun moeder als juf! Het lokaal is in de logeerkamer van ons huis. In het lokaal staan drie tafels, wat kasten en er hangen veel gezellige platen aan de muur. Boven de deur hangt een heuse bel!

De bel gaat ‘s ochtends om half acht. Dan gaat mijn rol van mem over naar juf, en mijn taal van Fries naar Nederlands. Vrij consequent noemen de kinderen mij in school juf. Soms, wanneer we erg gezellig bezig zijn en er wat privé-dingen aan de orde komen op school, zeggen ze wel eens mem. Leon en Jornt lezen eerst ongeveer vijftien minuten in hun eigen leesboek. Ik leg vast wat schoolspullen klaar of ruim nog wat op. Is dat al gedaan, dan is het ook makkelijk om nog even de wasmachine aan te zetten of onze kok instructies te geven over het menu van de dag.

Leon

Leon

Volgorde
Om kwart voor acht beginnen we met de les. Ze hebben een vast programma voor elke dag, al kiezen ze zelf de volgorde van de vakken. Zo wil Jornt nooit met rekenen beginnen en Leon juist wel. De lesboeken komen allemaal van het IVIO/wereldschool in Lelystad. Dat is een organisatie die onderwijsbegeleiding en materiaal verzorgt voor kinderen in het buitenland die niet naar een plaatselijke school kunnen. Dat is bij ons het geval. De scholen in Kumba zijn van een laag niveau en de klassen zijn groot. Zo zitten er tussen de zestig en honderd kinderen in een lokaal en het enige materiaal dat er is, is een schoolbord en krijt. De wereldschool stuurt ieder jaar een volledig schoolpakket, dat wil zeggen dat alles wat een kind per schooljaar nodig heeft in het pakket zit. Zo zitten er pennen, stiften, schriften, etuis, schoolboeken en werkboeken voor alle vakken en toetsboeken voor ieder vak. Voor de lesgevende ouder is er voor ieder vak een uitgebreide handleiding. Die handleiding is onmisbaar. Daar staat per vak in wat het kind per dag moet doen en wat je als juf moet uitleggen. De dagen en weken zijn genummerd zodat ik ook weet of we nog op schema werken. Het pakket bevat ook een grote hoeveelheid creatief materiaal zoals vouwblaadjes, crêpepapier, klei, verf, breipennen en borduurgaren. Zo krijgen de kinderen dus gewoon rekenen, natuur, taal, spelling, handenarbeid, aardrijkskunde en geschiedenis. Vakken die we zelf hebben toegevoegd zijn; (voor)lezen, lezen in de encyclopedie, godsdienst, Fries en Engels. Onze schooldagen zijn niet zo lang. We houden speelkwartier van half tien tot tien uur en gaan dan weer tot twaalf uur door. Twee middagen in de week zijn er nog andere activiteiten: op dinsdag hebben ze handenarbeid van een Duitse collega en op donderdag is er kinderclub (met andere Europese kinderen in Kumba). Hinne geeft de kinderen eens per week muziekles.

Jornt

Jornt

Toetsen
Per vak is er na ieder onderdeel of hoofdstuk een toets. Zo maken ze dus verschillende toetsen per week. Al die toetsen kijk ik zelf na en ik  bespreek de eventuele fouten met de kinderen. Daarna sturen we de toetsen op naar de Wereldschool. Aan die school zijn verschillende leerkrachten verbonden die het schoolwerk ook weer nakijken. Hun Nederlandse juf, Catherina, beoordeelt de toetsen, geeft een cijfer en maakt twee keer per jaar een rapport. Zoals u intussen weet gaat de post erg traag. Voordat mijn pakketje toetsen bij Catherina aankomt en zij het weer heeft  teruggestuurd, zijn we een paar maanden verder. Zo komt het dus ook dat de kinderen pas in mei hun kerstrapport hebben gekregen. Wonderlijk snel ging het overgangsrapport. Dat is al binnen. We hebben vorig schooljaar hard gewerkt en waren in mei al door het schoolwerk heen. In mei begonnen de kinderen met de volgende groep: Jornt met groep 7 en Leon met groep 6.

Dat het niet altijd meevalt je eigen kinderen les te geven, is denk ik wel duidelijk. De eerste twee jaar heb ik ervan genoten. Als gezin ben je hier erg op elkaar betrokken. Na jaren van drukte en stress in Nederland was het heerlijk om zoveel tijd samen door te brengen. Toen we hier drie jaar geleden kwamen, begon Leon met groep 3 en het is fantastisch om je kind het lezen en schrijven bij te brengen en te zien hoeveel ze oppikken in één jaar. Trots was ik op hem na dat eerste jaar en op mezelf. Het tweede jaar was ook fijn. Jornt kreeg extra vakken als geschiedenis en aardrijkskunde. Prachtige vakken voor een kind dat van lezen houdt en nieuwsgierig is. Na deze twee boeiende eerste jaren gingen we met verlof naar Nederland. Bij terugkeer had ik het een tijd moeilijk. Ik vond het zwaar om alle dagen de kinderen om me heen te hebben en zo aan huis gebonden te zijn. Ook was de uitdaging er een beetje af. Toch hebben we ook het derde jaar hard gewerkt. Het lesgeven aan je eigen kinderen is een unieke ervaring  die ik niet graag had willen missen. Toch gun ik de kinderen over drie maanden weer een echte juf op een echte Nederlandse school.

Sietske Visser
(Friesch Dagblad, 11 oktober 2001)