Eigen theologie geeft Afrikanen identiteit

Met Jonas en Imay Dah

De taal van geloof en theologie in Kameroen klinkt, op het eerste gehoor, nogal evangelisch en piëtistisch. Wanneer ik preken hoor van oudere predikanten, dan is het soms net alsof de tijd heeft stil gestaan en ik de echo van de zendelingen van honderd jaar geleden nog kan horen: ‘We moeten de wereld achter ons laten; laten we als soldaten ten strijde trekken tegen de Boze; we zijn wit (!) gewassen in het bloed van de Here Jezus. Halleluja, Amen!’ In verband hiermee kreeg ik, toen ik vier jaar geleden namens Kerkinactie naar Kameroen werd uitgezonden, van sommige Nederlandse collegae de boodschap mee dat ik toch wel heel voorzichtig zou moeten omgaan met mijn voorkeur voor bevrijdingstheologie en Afrikaanse theologie omdat de studenten daar niet op zaten te wachten en de kerk als geheel daar niet open voor zou staan.

Echter, direct bij aankomst werd ik gevraagd om een cursus Afrikaanse theologie te ontwikkelen omdat daar, volgens de toenmalige decaan die nu algemeen secretaris van de landelijke kerk is, veel behoefte aan was bij de studenten. Hoewel vreemd dat een witte Europeaan Afrikaanse theologie moet doceren aan Afrikaanse studenten, is het een spannend project geworden. Ik heb nu zeven semesters Afrikaanse theologie gedoceerd en het vak is officieel opgenomen in het curriculum. Dat is niet mijn verdienste. Welnee, men zat erop te wachten! De studenten zitten tijdens de colleges op het puntje van hun stoel. Niet alleen de studenten van onze gematigde kerk, maar ook de studenten van de Apostolische (pinkster) bijbelschool, waar ik dit semester ben uitgenodigd om een cursus Afrikaanse theologie te doceren, kunnen er niet genoeg van krijgen.

Ik wil hiermee aangeven dat hoewel de taal van geloof en theologie hier vaak wat ouderwets aandoet, dat vooral te maken heeft met het feit dat er geen alternatieve taal beschikbaar is. Door het gebrek aan boeken en door de isolatie van kerken en theologen is geen andere theologische taal beschikbaar dan de taal die is geïmporteerd in de vorige eeuw door de zendelingen. Wanneer echter een nieuw discours (idioom) wordt aangeboden,dan blijkt dat daar gretig gebruik van wordt gemaakt.

predikanten (met boordje)

Kerkplanting
Afrikaanse theologie is in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw ontstaan als reactie op Westerse koloniale en zendingstheologie. Die koloniale theologie had als belangrijkste doel het planten van kerken op Afrikaanse bodem. Tot op de dag van vandaag is die theologie populair onder vooral Amerikaanse zendingsorganisaties die in grote getale de Afrikaanse religieuze markt overspoelen. Men plant een kerk uit een andere cultuur als geheel in de Afrikaanse cultuur. Vandaar dat alle mogelijke kerkgenootschappen uit het Westen ook in Afrika te vinden zijn. Een van de algemene kenmerken is dat de lokale cultuur wordt gezien als heidens, zondig en onderontwikkeld. Om christen te worden moet je afstand nemen van de wereld en dus van de cultuur waaruit je voortkomt.

In Kameroen waren er in de koloniale tijd speciale dorpen voor christenen om hen gedurende een aantal jaren volledig los te maken van de heidense cultuur. Degene die na een paar jaar uit zo’n christelijk dorp in de Afrikaanse samenleving terugkwam was een Afrikaan met een christelijke (westerse) naam, met een westerse taal, met westerse kleren, met een westerse godsdienst en met een halfbakken Westerse cultuur. Het was een zwarte Afrikaan met een wit masker, die volledig was losgesneden van zijn of haar eigen ‘heidense cultuur’.

Kleding bij het afstuderen

Authentiek
Afrikaanse theologie is hiertegen een emotionele reactie en wil een theologie zijn die ontsnapt aan de koloniale tendensen van de christelijke zendingsopdracht. Afrikaanse theologen willen tegelijk authentiek Christen zijn alsook authentiek Afrikaan! Zij willen het christendom gestalte geven in de context van het Afrikaanse leven. Antwoord geven op de vragen van Afrikaanse mensen. Desmond Tutu (toen hij nog niet bekend was) schreef in een artikel in de jaren ’70 dat Afrikaanse christenen min of meer schizofreen zijn. Op het moment dat ze zich christen weten, zijn ze geen Afrikaan. En wanneer ze Afrikaan zijn, voelen ze zich geen christen. De twee kanten konden elkaar niet ontmoeten. Afrikaanse theologen vechten tegen die gespletenheid in de Afrikaanse ziel. Ze willen Christen zijn op hun eigen wijze! Met eigen muziek en liederen in plaats van liederen uit Europese bundels uit de negentiende eeuw; met eigen muziekinstrumenten in plaats van orgel of keyboard; met eigen taal in plaats van Westerse talen; met eigen culturele vormen in liturgie en liturgische gewaden in plaats van zwarte toga’s uit de Romeinse tijd; met hun eigen wereldbeeld qua gezondheid en relaties in plaats van moderne opvattingen uit het Westen; met de geschiedenis van de eigen voorouders in plaats van Europese kerkvaderen als hun voorvaderen!

Identiteit
Afrikaanse theologen willen niet meer leven zonder een duidelijke Afrikaans christelijke identiteit en willen niet het overblijfsel zijn van koloniaal christendom. Zij staan erop dat er continuïteit moet zijn in plaats van discontinuïteit met de vroegere cultuur en godsdiensten. ‘Onze voorvaderen waren niet alleen maar slecht; het waren geen heidenen; ze waren niet achterlijk en ze kenden God allang, alleen Jezus nog niet’. De God en vader van Jezus Christus was niet onbekend aan onze voorvaderen, zegt de Ghanese theoloog Kwame Bediako. En John Mbiti, een van de grondleggers van Afrikaanse theologie, schreef aan Westerse zendelingen: ‘Het zijn niet de zendelingen die God in Afrika hebben gebracht. Integendeel, God bracht hen in Afrika!’ Dit soort taal in kerk en theologie geeft kracht, trots en identiteit aan christenen in Afrika.

Hinne Wagenaar
(Friesch Dagblad, 10 april 2002)