Friese theologie wil recht doen aan culturele eigenheid

Voetbalteam van PTS

In mijn vorige column schreef ik iets over de inhoud en betekenis van Afrikaanse theologie. Ik krijg in Nederland gewoonlijk positieve reacties op mijn bemoeienis met Afrikaanse theologie. Hoewel misschien wat vreemd dat een Europeaan dat moet doceren, toch is men van mening dat Afrikaanse christenen terecht zoeken naar hun eigenheid in kerk en geloof. Het vreemde is dat wanneer ik iets probeer te zeggen of te schrijven over Friese theologie, de reacties heel anders zijn. De eerste reactie heeft altijd iets lacherigs. Zo van ‘je meent het toch niet echt?’ Daarna zweven de reacties tussen meewarig hoofdschudden aan de ene kant en (heftige) afwijzing aan de andere kant. Het meewarige hoofdschudden geeft aan, denk ik, dat de betreffende persoon geen antenne heeft voor zaken aangaande geloof en cultuur. De afwijzingen zijn soms mild: ‘Wat zeur je nou toch, jullie zijn toch gewoon Nederlanders?’ Maar meestal worden Auschwitz, Bosnië en Rwanda erbij gehaald. En dan wordt de discussie precair en emotioneel.

Uitsluiting
Het verwijt is dat de Friese beweging opkomt voor etnische particuliere belangen en oproept tot etnische trots, resulterend in etnische uitsluiting. En erger, Friese theologie is een legitimatie van dergelijke tendensen. Net zoals in Auschwitz, Bosnië en al die conflicten in Afrika loopt zoiets altijd het risico van racisme en etnisch conflict.

Nu wil ik niet al te snel roepen dat deze kritiek onterecht is. Inderdaad spelen we met vuur wanneer we bezig zijn met etnische identiteit. De geschiedenis laat zien hoe explosief het onderwerp is en naar ik begrijp ligt de multiculturele samenleving momenteel heftig onder vuur in Nederland. Ook in Fryslân zelf moeten we toegeven dat enkele voorvechters van de Friese zaak heulden met de Duitse bezetters. Het gevaar is niet denkbeeldig. Maar zelf heb ik volstrekt niet het gevoel dat mijn eigen identiteit op gespannen voet staat met de eigenheid van anderen. In de afgelopen twaalf jaar heb ik bijna uitsluitend gewerkt met niet-Nederlanders. Eerst als predikant voor buitenlandse studenten in Nederland en nu als docent in Kameroen. Altijd heb ik genoten van de eigenheid van anderen. En hen daarin gestimuleerd. Eerlijk gezegd hebben zij mij meer en meer bewust gemaakt van mijn eigen achtergrond. Door de ontmoeting met anderen kon ik mijzelf worden. Bijna nooit heb ik anderen als een bedreiging ervaren. Het lijkt me dat een gebrek aan identiteit (of een gekrenkte identiteit) eerder kan leiden tot etnische conflicten.

Voor mij maakt mijn Fries-zijn het mogelijk om tegelijk ook kosmopoliet te zijn. Uitsluitend cosmopolitan zijn, maakt ons alleen maar een speelbal in het veld van de heersende culturele machten. Misschien is er een relatie tussen het feit dat Nederlanders altijd moeite hebben gehad met de Friese eigenheid, en de problemen die ze nu hebben met allerlei andere vreemdsoortige vreemdelingen. Misschien heeft vreemdelingenhaat te maken met een gebrek aan culturele en etnische identiteit? Dat racisten handelen vanuit een ‘tekort’ in plaats van een ‘tegoed’ aan culturele identiteit?

Logo Krúspunt

Geen lofzang
Deze column zou gaan over Friese theologie. Maar er moet altijd eerst zoveel uitgelegd worden voordat we kunnen beginnen. Laat ik in een paar zinnen schetsen waar Friese theologie, voor mij althans, over gaat. Friese theologie behelst geen lofzang op het Fries-zijn! Het is eerder een gelovig nadenken over de navolging van Christus in een Friese context, net zoals Afrikaanse theologie dat wil in een Afrikaanse context. Samen met andere vormen van contextuele theologie wordt deze context heel serieus genomen. Samen met andere vormen van contextuele theologie vragen we ons af waarom we, om Christus na te volgen, onze eigen culturele context hebben moeten inwisselen voor een andere dominante cultuur. Waarom mensen bij de overgang naar het christendom ook altijd gedwongen worden de cultuur en beschaving van de missionaris over te nemen.

In de geschiedenis van het christendom hebben zending en (cultuur) imperialisme bijna altijd samengewerkt. Niet alleen het christendom werd gepreekt, maar ook werd een nieuwe civilisatie ingevoerd ten koste van inheemse culturen. Friese theologie neemt het standpunt in dat gelovigen Christus mogen en moeten navolgen in hun eigen cultuur en context. In het Nieuwe Testament worden de heiden-christenen niet gedwongen de cultuur van de Joden over te nemen. Zij mochten gelovig zijn in hun eigen taal en cultuur, zeer tegen de wil van de dominante Joodse christelijke stroming (Handelingen 15). Zo ook in Fryslân. Het christendom is principieel een cultureel pluriforme beweging, waarin dominante culturen worden gerelativeerd en kleine en verdrukte culturen worden gedestigmatiseerd; ontdaan worden van hun stigma van minderwaardigheid.

Eenheidsworst
Prachtig staat in Openbaring 7:9 beschreven dat de grote menigte voor Gods troon, die niemand kan tellen, bestaat uit mensen uit iedere natie, stam, volk en taal. Met een knipoog naar de bekende stelling ‘in de hemel is geen bier’, zouden we beter kunnen zeggen ‘in de hemel is geen eenheidsworst.’

Vanuit die invalshoek komen er allerlei vragen op tafel. Waarom gebruiken we, na 1200 jaar christendom in Fryslân, onze eigen taal niet in de kerk? Waarom is een volledig vertaling van de Bijbel pas in 1943 tot stand gekomen, terwijl dat voor andere talen na de Reformatie plaatsvond? Waarom hebben we altijd ons moeten conformeren aan, eerst, het Latijnse christendom en daarna het Nederlandse? Waarom werden onze voorchristelijke tradities bij voorbaat als minderwaardig beschouwd? Hoe zijn onze voorouders gekerstend en wat betekende die kerstening voor onze taal en cultuur? Was Bonifatius een held die ons verloste van het achterlijke heidendom, of was hij eigenlijk een intolerante missionaris die te vuur en te zwaard onze inheemse tradities bestreed? Waarom hebben we ons bijna nooit de vraag gesteld hoe we werkelijk authentiek christen en authentiek Fries zouden kunnen zijn? Waarom is er nooit een theologische reflectie op gang gekomen over ons Fries-zijn? Waarom hebben we onze Friese cultuur buiten de kerk moeten laten?

Friese theologie behelst veel meer dan alleen het onderwerp van taal in de kerk. Het wil ook proberen om onze geschiedenis en cultuur een plek te geven in kerk en geloof. Het wil bewustzijn stimuleren qua (religieuze) geschiedenis. Het wil het gebruik van Friese muziek, literatuur en kunst stimuleren. We willen op onze eigen wijze Christus navolgen, zonder overheersing van buitenaf, maar in verbondenheid met de Oecumene wereldwijd.

Hinne Wagenaar
(Friesch Dagblad, 24 april 2002)