(op) Tijd in Kameroen

Vliegveld Douala

Vliegveld Douala

De Schipholtaxi is precies op tijd. We arriveren tijdig in de vertrekhal. Het inchecken loopt gesmeerd. Binnen vijf minuten ben ik door de douane. Het vliegtuig van Crossair heeft geen vertraging. We vertrekken zoals gepland uit Zürich en komen stipt op tijd aan in Douala. Ik laat een goed geoliede en op tijd gebaseerde maatschappij achter me. Ook al klagen Nederlanders over vertragingen (trein, autowegen, vliegverkeer), het blijft een klacht die uitgaat van de ideale situatie. De norm is nog steeds 100 procent. Als de treinen de 80 procent (op tijd vertrekken) grens niet halen, dan is dat verwerpelijk omdat het 20 procent tekort is. En stapt een hele NS-directie op.
In Douala aangekomen moeten we eerst wachten omdat we het vliegtuig niet kunnen verlaten via een slurf. Dus wachten we vijftien minuten op een rijdbare trap die aan het vliegtuig moet worden gekoppeld. Het is bloedheet want de droge tijd is op z’n hoogtepunt. Daarna moeten we ongeveer anderhalve kilometer wandelen over het vliegveld voor we bij de douane aankomen. Er staan lange rijen. Slechts één beambte bestudeert elk paspoort minutieus en versiert het vervolgens met stempels. Tijdens het wachten in de aankomsthal worden de reizigers geconfronteerd met een enorme klok. Die staat op negentien minuten over twaalf, terwijl het in werkelijkheid zes uur in de avond is. Ik glimlach omdat die klok (en alle klokken op het vliegveld) al sinds wij vier jaar geleden aankwamen op negentien over twaalf staat. Welkom in Kameroen! Bij aankomst worden reizigers direct gewaarschuwd: tijd is een relatief begrip in Kameroen.
We wachten rustig op onze beurt, ook wanneer de bagagedouaniers alle koffers een voor een willen controleren. Natuurlijk is er maar één loket open. Het begint ondertussen donker te worden en dus niet veiliger. Douala heeft te kampen met een zeer hoog criminaliteitspercentage. De broeierige hitte hult zich als een natte deken om ons heen. Uiteindelijk duurt het me te lang en ga ik naar de hoofdbeambte die alles stoïcijns staat te observeren (en zelf natuurlijk niets doet). Ik vertel hem dat ik dominee ben en dat ik doceer aan het seminarium van de Presbyteriaanse kerk in Kumba. Hij is me welgezind en zonder veel woorden word ik via de zijdeur naar buiten geleid. In Nederland kijken veel mensen me meewarig aan als ik zeg dat ik dominee ben. Hier in Kameroen heeft het zo zijn voordelen.
Buiten aangekomen moet ik jongeren, die iets van me willen, van me afslaan om bij een taxi te komen. De chauffeur duikt de diepe duisternis van Douala in. Er is geen straatverlichting. In slalom rijden we over de hoofdweg om de enorme gaten in de weg te ontwijken. Koeien en mensen lopen in het duister over de weg. Auto’s staan her en der geparkeerd. Militairen in vol ornaat houden de taxi halt en controleren mijn papieren. Goddank, deze keer bedenken ze niets om me mee lastig te vallen en geld af te troggelen. Tijd is nu niet zo belangrijk. Veilig aankomen wel!

Autowrakken
De volgende dag haalt de chauffeur van het seminarium mij op. De afstand van Douala naar Kumba is 120 km en kost ons ongeveer drie-en-een-half uur. Het Kameroense leven trekt aan ons voorbij. Duizenden mensen die krioelen in de buitenwijken van Douala. Auto’s waarover je je verbaast dat ze nog rijden. Mensen met enorme vrachten op hun hoofd. Krotten van huizen. Taxibusjes die levensgevaarlijke capriolen uithalen. De autowrakken langs de weg. Mensen die rustig op de veranda van hun huisjes zitten en de enorme stofwolken van de zandweg over zich laten heenkomen. Zo kan ik eindeloos doorgaan. De mensen hebben hier geen tijd om over tijd te klagen. Ze hebben belangrijkere zorgen aan hun hoofd: dagelijkse voeding, (schoon) water om de dorst te lessen, een dak boven het hoofd, onderwijs voor de kinderen, medicijnen. De zorgen betreffen de basisbehoeften van het menselijk bestaan.tijdOverleven

In Nederland klagen we steen en been wanneer onze planning niet uitkomt. We kunnen slecht met tegenslagen omgaan. We kunnen weinig verdragen omdat we gewend zijn alles naar onze hand te zetten. Wanneer dat niet lukt dan is het al gauw heel erg. Onze tolerantie en verdraagzaamheid is heel beperkt. Mensen in Kameroen daarentegen kunnen enorm veel verdragen. Volgens de theoloog Patrick Kalilombe is dat de kracht en tegelijk de zwakte van Afrikanen. Ze kunnen veel verdragen en kunnen daarom overleven. Tegelijk verdragen ze te veel zonder te klagen en te protesteren, zodat machtsmisbruik en corruptie ongebreideld kunnen floreren. Veranderingsprocessen komen slechts langzaam op gang. Het spreekwoord gaat dat God de klok gaf aan de Europeanen en de tijd aan de Afrikanen. Achter beide (de klok en de tijd) gaat een buitengewone kracht en tegelijk een uitzonderlijke zwakheid schuil.

Hinne Wagenaar
(Friesch Dagblad, 13 februari 2002)