Zelfdokteren in de bush van Kameroen

Graduation 2001

Graduation 2001

Daar zit hij, stil en teruggetrokken in een hoekje van de leeszaal. Zijn gezicht nog lelijk door de wonden, zijn oog nog half dicht. Als ik hem begroet en asjha zeg (sorry), is hij blij me te zien. ‘Thank you for your care ma’, zegt hij, ‘I’m back’ (bedankt voor je hulp ma, ik ben terug). Flaubert Fangtang, een derdejaars student. Een aantal maanden terug kreeg hij plotseling allerlei blaasjes op zijn gezicht. En omdat we nogal ver van het dichtstbijzijnde ziekenhuis wonen, komen veel studenten eerst naar Imay Dah toe. Mevrouw Dah is de Zwitserse echtgenoot van onze Kameroense directeur. Zij is vroedvrouw in het Presbyteriaanse ziekenhuis in Kumba en zo’n beetje de verpleegkundige/arts van het seminarium. Bijna iedere dag kloppen mensen bij haar aan de deur voor advies en hulp. Ook Fangtang kwam daar op een avond aan de deur. Ik zat net bij Imay te buurten en samen hebben we naar de zieke gekeken. Vanaf zijn voorhoofd, over zijn neus tot op een wang zaten allemaal blaasjes, zoiets als brandblaren. Het bleek, volgens Imay, duidelijk om een herpesinfectie te gaan. Wij zouden zeggen een koortslip maar dan op het gezicht. We haalden het boek ‘Where there is no Doctor’ erbij om het ook aan Fangtang zelf te laten zien en lezen. Dit boek is een handboek waarin in eenvoudige taal allerlei ziekten (en de behandeling) worden omschreven. Onmisbaar voor mensen die in de bush leven. Het boek schreef rust voor om de infectie te genezen, voor tenminste vier tot zes weken. Ook pijnstillers mochten worden gegeven. Bij een herpesinfectie gaat het om een virus en niet om een bacterie. Een bacteriële infectie kan met antibiotica worden bestreden. Helaas willen de mensen hier altijd medicijnen, het liefst antibiotica. Imay gaf hem aspirine voor de pijn en smeerde wat Gentiaan Violet op de open plekken. Door dit plantaardige middel drogen de plekken een beetje op. Hij zag er wel gek uit, want Gentiaan Violet kleurt alles knalpaars.where there is no doctorTraditionele genezer

Twee dagen later is hij weer bij Imay. Het gezicht ziet er nu ernstig uit en het oog lijkt nu ook geïnfecteerd. Imay stuurt hem de volgende ochtend naar het ziekenhuis om het oog te laten controleren. Het oog blijkt gelukkig niet te zijn geïnfecteerd. Intussen zijn ook andere mensen (leken) zich met de zieke gaan bemoeien. Het lijkt ook nogal ernstig, de vele blaasjes en dan een paars gezicht vanwege de Gentiaan Violet. Mooi lijkt het niet. Fangtang is onzeker en hij twijfelt aan Imay’s diagnose. Anderen adviseren allerlei andere medicijnen en behandelingen en dat past natuurlijk beter in het plaatje dan de voorgeschreven rust zonder medicijnen. Op zaterdagochtend gaat hij naar een ander ziekenhuis. Daar schrijven ze hem voor 24.000 cfa aan medicijnen voor (een maandbeurs voor onze studenten bedraagt 20.000 cfa en men kent hier geen verzekering). Na twee dagen zal hij genezen zijn, volgens de dokter. Op dinsdag is het echter nog ernstiger. Het oog zit dicht en hij heeft veel pijn. Zijn moeder komt op bezoek en neemt hem mee naar een traditional healer (traditionele genezer) in Owe, op tweeënhalf uur rijden van hier. Daar wordt hij behandeld met natuurlijke medicijnen en worden zijn wonden gedept met  kruidenmengsels. Na een week komt hij weer terug op het seminarium. Zijn gezicht ziet er ernstig, zo niet vreselijk uit en hij heeft nog steeds veel pijn. In overleg met de dokter van ons Presbyteriaans ziekenhuis en Imay  gaat Fangtang naar Baffoussam, een stad op zes uur rijden van hier, waar onze kerk een oog-ziekenhuis heeft, onder meer om te herstellen van de  bijwerkingen van de eerdere behandelingen. Daar zal hij al met al vier weken verblijven en wordt er met name geprobeerd het oog, het gezichtsvermogen, te redden.

Antibiotica
Hoe Afrikanen omgaan met ziekte en gezondheid is voor ons vaak moeilijk te begrijpen. Wij probeerden in Nederland vaak zolang mogelijk zonder medicijnen door te gaan en zeker niet veelvuldig antibiotica te gebruiken. Afrikanen zijn erg gefixeerd op medicijnen. Niemand verlaat het ziekenhuis zonder medicijnen en vaak met meer dan één soort. Bijna standaard worden ook vitamine- en ijzer preparaten voorgeschreven, wat op zich niet slecht is voor zieke en verzwakte personen. Ziekenhuizen fungeren hier trouwens als gezondheidscentra. Men kent hier geen huisartsen en gaat dus voor iedere vraag naar het ziekenhuis. Nu moet ik eerlijkheidshalve toegeven dat wij hier veel meer antibiotica slikken dan we ooit in Nederland zouden hebben gedaan. Maar we leven hier midden in de tropen, in een zwaar klimaat. Ieder wondje bijna gaat ontsteken, iedere puist begint te etteren. Zo heb ik net zelf drie weken met een wond aan mijn voet gelopen. Het begon als een pijnlijk plekje net op de rand van de schoen en werd een heel vervelend abces. Onder  plaatselijke verdoving moest het worden geopereerd. Twee soorten antibiotica heb ik geslikt en behoorlijk veel aspirine!  Medicijnen zijn makkelijk verkrijgbaar, zelfs op de markt. Een apotheek is hier net een winkel en medicijnen kun je zonder recept kopen. Wanneer je kind hoest en verkouden is, dan haal je een doosje antibiotica. Mensen weten vaak weer niet dat een verkoudheid ook een virus is en geen bacterie en dat antibiotica dan niet helpt. Als ik dan vertel dat kinderen in Nederland veelvuldig verkouden zijn en we dan in principe niets doen, begrijpen ze dat niet. In de cursussen die we de moeders op het seminarium geven, proberen we hen de basisbeginselen van gezondheid en ziekte bij te brengen. Ze krijgen standaard het boek ‘Where there is no Doctor’ om daarin zelf antwoorden te vinden op hun vragen. Maar het verlangen naar medicijnen zit diep. De angst je kind of familielid te verliezen is erg sterk. Dus beter te veel en te vaak medicijnen slikken dan een keer te weinig. Het feit dat medicijnen toch relatief duur zijn, lijkt geen probleem. Men leent geld en eet wel wat minder.

Fantang met medestudenten (3e van rechts)

Fantang met medestudenten (3e van rechts)

Gebed
Nu is Flaubert Fangtang dus weer terug op het seminarium. Zwak en moe van al het reizen en van alle medicijnen. Zijn gezichtsvermogen lijkt goed te zijn, alleen het gebruiken van het oog is zeer vermoeiend. Hij houdt een  les van een uur niet vol en kan nauwelijks zijn lessen voorbereiden omdat het lezen van de teksten nog te vermoeiend voor hem is. Maar zijn plek in de klas is niet meer open, zijn bed niet meer leeg. Gelukkig wordt hij veel geholpen door zijn medestudenten en ook de docenten doen hun best een wat aangepast programma voor hem te maken. Ook wordt er dagelijks voor hem gebeden.

Sietske Visser
(Friesch Dagblad, 23 oktober 2001)