(1) Armoede, eenvoud en geluk

Blessed are ....

 

 

 

 

 

 

Nijkleaster preken bij de zaligsprekingen (1)

‘Die Restauration der Kirche kommt gewiss aus einer Art neuen Mönchtums, das mit dem alten nur die Kompromisslosigkeit eines Lebens nach der Bergpredigt in der Nachfolge Christi gemeinsam hat. Ich glaube, es ist an der Zeit, hierfür die Menschen zu sammeln. 

Het herstel van de kerk komt zeker voort uit een nieuw soort monnikendom, dat met het oude slechts de onvoorwaardelijkheid van een leven volgens de Bergrede in navolging van Christus gemeenschappelijk heeft. Ik denk dat het tijd is hiervoor mensen bijeen te brengen.”

Dietrich Bonhoeffer in een brief aan zijn broer Karl-Friedrich (14.01.1935)

 

Lezingen:
Psalm 131
Matteüs 5: 1-10

Armoede, eenvoud en geluk

Om kwart over drie hadden Jonas, onze jongste zoon, en ik de wekker gezet voor de 200 meter finale van Daphne Schippers tijdens de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Slaperig staarden we naar beelden uit een andere wereld. Binnen enkele minuten zaten we echter vol spanning naar de topatleten te kijken en te wachten op de start. Dik 20 seconden later werden we wakker uit de droom. Daphne had niet gewonnen maar was tweede geworden. Haar gezicht sprak boekdelen, ze gooide haar schoenen woest weg en zei voor de camera: ‘Ik baal enorm. Ik was hier om goud te halen. Hier word ik niet gelukkig van.’

‘Gelukkig wie nederig van hart zijn’. Ik kijk naar Jonas en vraag me bezorgd af wat deze woorden van Daphne betekenen voor de ziel van jonge mensen. Hier spreekt een icoon van onze samenleving die zojuist tweede op de Olympische Spelen is geworden. ‘Hier word ik niet gelukkig van’. Waar worden we dan wél gelukkig van? De boodschap is dat we blijkbaar gelukkig worden wanneer we winnen. Dat we iemand zijn op grond van onze geweldige prestaties. Dat we optimaal moeten presteren om er te mogen zijn. De boodschap is ook dat we ‘losers’ zijn wanneer we niet winnen. Dat we alleen de moeite waard zijn wanneer we écht goed zijn: sportief of mooi, rijk, intelligent, sterk … De topsporters zijn de moderne iconen van werkheiligheid. De overwinning en het heil moeten worden verdiend. Deze grondtoon van denken in onze maatschappij zal vooral teleurgestelde mensen voortbrengen, geknakte zielen met een negatief zelfbeeld. Want de meesten kunnen niet voldoen aan dat beeld. De verliezers zijn immers veruit in de meerderheid. Slechts een enkeling kan winnaar zijn en stralen van geluk.

‘Gelukkig wie nederig van hart zijn’. Met die woorden begint Jezus zijn eerste ‘preek’, de zogenaamde Bergrede. Vroeger werd dat vertaald als ‘zalig de armen van geest’. Deze vertaling ligt dichter bij de oorspronkelijk Griekse tekst maar de vertalers zijn misschien bang voor een interpretatie alsof het zou gaan om mensen met een verstandelijke beperking. Ik ga er inderdaad vanuit dat Jezus de ‘nederigen van hart’ op het oog heeft, of ‘de armen die op God vertrouwen’ (Friese vertaling: ‘Lokkich de earmen dy’t op God fertrouwe’). Maar er is niets mis mee om deze tekst gewoon als bedoeld te lezen voor mensen met een verstandelijke beperking! Het gaat bij deze woorden van Jezus trouwens evenmin om mensen die een tekort aan spiritualiteit ervaren, die ‘geestelijk’ arm zijn.

Waar gaat het dan wel om bij de woorden ‘arm van geest’? Waarom struikelen de vertalers over deze woorden en proberen ze het te interpreteren met woorden als ‘nederig’ en ‘vertrouwen’? Misschien vinden ze ‘arm van geest’ te algemeen of onduidelijk? Gelukkig zijn er ook vertalingen die ‘gelukkig/zalig de armen van geest’ laten staan. Dat geeft ons als lezer de ruimte om zelf de woorden te proeven en ze te verstaan in de situatie van ons eigen leven. Daar nodig ik je toe uit. En ik doe hier zelf een poging! Voor mij gaat het bij deze ‘zaligsprekingen’ om de grondtoon van ons bestaan, om een geestelijke attitude. Jezus bemoedigt mensen door te zeggen: je bent op de goede weg, je gaat in het juiste spoor. Ook al is je leven niet eenvoudig, ga zo door en je zult gelukkig zijn.

‘Arm van geest’ betekent (voor mij) dat ik mij bewust ben van mijn afhankelijkheid. Dat ik mijn leven niet in eigen hand heb, hoezeer ik me dat ook verbeeld. Dat ik, zoals zo vaak het geval is bij armen, me moet openstellen voor wat ik ontvang. Dat ik mezelf niet kan redden!

‘Arm van geest’ betekent ook dat ik wil concentreren op wat werkelijk belangrijk is in mijn leven en al het andere wil loslaten. Dat ik God en mijn naaste wil dienen en verder geen kapsones heb. Dat ik alle ‘ruis op de lijn’ wil laten voor wat het is en me wil richten op een leven in eenvoud. Wat verlang ik naar een leven van stilte en gebed. Een nederig leven zonder ambities en steeds weer nieuwe plannen. Gewoon leven in vertrouwen op God. Het woord ‘eenvoud’ is gevallen. ‘Arm van geest’ betekent voor mij, merk ik nu, vooral ook eenvoud. Dat ik niet steeds méér wil. Dat ik niet steeds meer boeken en ideeën tot me moet nemen. Dat ik niet afhankelijk ben van mijn prestaties en plannen, maar afhankelijk ben van Gods goedheid.

‘Armoede van geest’ impliceert dat we ons bewust worden dat we niet leven van onze eigendunk, van ons zelfbeeld, van onze eigen ‘klasse’. Wél dat we leven ‘om niet’, gratis en zomaar. Dat God van ons houdt om wie we zijn en niet om wat we presteren. Dit soort armoede impliceert dat we niet altijd méér willen. Dat we ons geluk niet kunnen organiseren maar dankbaar zijn voor alles wat we al hebben ontvangen. Geluk kunnen we uiteindelijk alleen ontvangen. Dat maakt ons nederig en afhankelijk. Trouwens, niet nederig in de zin van slaafse nederigheid! Het heeft niets met vernederen te maken. Nee, het verheft juist! Een leven in deze armoede en eenvoud maakt dat we kunnen leven in het koninkrijk van de hemel, zoals Jezus deze zaligspreking afsluit. Niet in een verre toekomst of het hiernamaals. Maar in het hiernumaals! Het gaat over kwaliteit van leven.

Ik heb grote waardering voor Daphne Schippers en al die andere atleten. Ik bewonder hun inzet en discipline. Jarenlange overgave en opoffering voor dat éne doel. Het is bijna een leven in armoede en eenvoud. Maar Daphne had vergeten dat het geluk niet te verdienen is. Dat je geen goud komt halen. Je moet er inderdaad hard voor werken en blijvend de focus houden. Maar uiteindelijk ben je afhankelijk van de situatie, van je gezondheid, van de anderen. En vooral van God en je eigen ontvankelijkheid. Want de overwinning en het geluk kun je alleen maar ontvangen. Je kunt alleen stralen wanneer je je bewust bent dat je kwetsbaar bent. Je kunt alleen gelukkig worden wanneer je ontvankelijk bent voor het goede, voor snelheid, voor de juiste toon, voor het schone. Voor de liefde…

Ik verlang naar een leven in armoede en eenvoud in het vertrouwen dat Gods weg gelukkig maakt. Zalig de armen van geest. Gelukkig wie nederig van hart zijn. Lokkich de earmen dy’t op God fertrouwe, want harres is it himelske ryk.

HINNE WAGENAAR
(augustus 2016)