a Waterdragers

Waterdragers

Tweede zondag van Epifanie
Bruiloft te Kana
Johannes 2: 1-11

1.
Hoofdstuk twee van het Johannes evangelie, de bruiloft te Kana. Eerste teken aan de wereld, een openbaring! De evangelist valt direct met de deur in huis: ‘Op de derde dag’. Ik volg de evangelist en val met dezelfde deur in huis: ‘Op de derde dag’. Dit wordt een opstandingsverhaal. Direct aan het begin van Jezus’ openbaring aan de wereld maakt de evangelist duidelijk dat het gaat om dood en opstanding, crisis en omkeer, leegte en volheid.

Tot mijn verbazing zijn er diverse vertalingen die menen het verhaal wat historischer en toegankelijker te moeten maken. Mijn geliefde Friese vertaling zegt: ‘Twa dagen letter’. Maar ook diverse Nederlandstalige vertalingen doen het zo: ‘Twee dagen later’. En tot mijn verdriet ook in het Frans ‘Deux jours après’ en het Engels ‘Two days later’. Maar letterlijk staat er dus: ‘Op de derde dag’.

Dit soort vertalingen lijken voort te komen uit de behoefte om de tekst toegankelijk te maken tot een mooi doorlopend verhaal. Net alsof we hier te maken hebben met een mooi historisch verhaal dat uitloopt op een mirakel. Nou, dan had de evangelist wel wat beter z’n best mogen doen. Dan hadden we wel graag willen weten over de bruid en bruidegom; over de andere gasten; over het feest; over de hoeveelheid wijn die al gevloeid had en of het wel verstandig was om er nóg meer wijn bij te wonderen; over het aantal gasten en bedienden; enzovoort. Maar de evangelist geeft ons een merkwaardig verhaal dat meer vragen oproept dan antwoorden geeft. Dit is geen historie. Eerder fictie dan non-fictie, eerder poëzie dan proza. De evangelist gebruikt beeld en taal uit het gewone bestaan om iets te zeggen over de innerlijkheid van het geloof en ons leven, over de geestelijke weg die wij mogelijk kunnen gaan, over de betekenis van Jezus op die weg.

Gelukkig zit er veel ruimte en leegte in het verhaal. Het gevaar daarvan is weliswaar dat wij het gaan vullen met historische wederwaardigheden. Maar de uitdaging is om onze plek in het verhaal te zoeken. Omdat er ruimte is, kunnen we op diverse plekken in het verhaal ‘instappen’, al naar gelang onze geestelijke situatie. Je kunt je identificeren met het bruidspaar (wie dat dan ook zijn), met de ceremoniemeester, met de gasten, met de moeder van Jezus, met de leerlingen en met de bedienden. We mogen onze eigen plek in het verhaal zoeken en een relatie met ons eigen leven leggen. En bij elke lezing van ditzelfde kan dat weer anders zijn. De tekst van de Bijbel leest mij steeds weer opnieuw. Mijn eigen instapmoment ligt vandaag bij de bedienden…

2.
Dit verhaal gaat niet zozeer over een feest, het gaat over een feest dat hapert. Niet dat we geen feest kunnen vieren zonder alcohol of zonder wijn, maar de wijn staat hier symbool voor blijdschap, voor een geslaagd leven, voor betekenis. Zonder de wijn raakt de fleur, de geur, de smaak uit het leven. We kunnen dan zin noch betekenis bespeuren. Het brengt niet wat we hadden gehoopt, we draaien in kringetjes, we kunnen maar niet herstellen van een tegenslag of teleurstelling, de kruiken zijn leeg en onze bron raakt opgedroogd. Hoe verder? Deze vragen kunnen gelden voor ons eigen leven, maar ook voor mensen om ons heen of voor de grote wereld om ons heen. Op alle nivo’s kan het haperen, en dat doet het ook vaak! Hoe verder?

Er zijn een aantal voor de hand liggende opties. We kunnen activistisch worden en acuut aan een oplossing denken en gaan werken. De moeder van Jezus gaat direct aan de slag en gaat naar Jezus toe: ‘Ze hebben geen wijn meer. Doe iets.’ Maar het is nog niet aan een oplossing toe. We kunnen, aan het ander uiterste, ook defaitistisch worden, moedeloos en de handen in schoot leggen, als doemdenkers: ‘Tsja, het kan niet altijd feest zijn, zo gaat dat nu eenmaal. Het is nu eenmaal zoals het is. En het feest verloopt en loopt dood. Je kunt beter maar niet al te hoog inzetten. Anders is de teleurstelling zo groot.’

Maar de bedienden in dit verhaal krijgen een andere, een niet voor de hand liggende optie aangeboden. Er stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes vaten, elk met een behoorlijke inhoud. En Jezus geeft de bedienden de opdracht: ‘vul de vaten met water’. En dan zijn er beslist voldoende argumenten om dat echt niet te doen. ‘Wie bent u wel niet? Waar moet ik water halen? Wat voor zin heeft dat in relatie tot de wijncrisis? Doe het zelf!’ Maar het bijzondere is dat de bedienden geen vragen stellen en doen wat blijkbaar nodig is. Zij doen het onmogelijke, ze zijn gehoorzaam, ze zijn blijkbaar vol vertrouwen. Ze doen het gewoon! Geen opwindende taak, geen heroïsche eer, eerder een taak op de achtergrond. Maar ze doen het! En ze vullen de vaten ook niet een beetje of tot de helft of zo. Nee … tot de rand!

Want daar zijn het diakenen voor. In de Griekse tekst staat voor ‘bedienden’ letterlijk ‘diakenen’. Het zijn in dit verhaal de bijna onzichtbare gangmakers. Niet de activisten die ingrijpen en het probleem snel wel even zullen oplossen. Niet de doemdenkers met de handen in de schoot. Het zijn de stoere en noeste werkers, degenen die niet direct in paniek raken, die ook niet op de voorgrond staan, maar die in vertrouwen luisteren naar de opdracht van Jezus. Ze vervullen een schier onmogelijke taak. Wie gaat nou in hemelsnaam reinigingsvaten vullen met water? Maar oplossingen dienen zich niet altijd zomaar direct aan. Het is niet altijd duidelijk welke kant het opgaat. Het is er vaak de tijd nog niet voor. Gods tijd laat zich niet commanderen. En bovendien, misschien was de tijd van waterdragen en vaten vullen wel nodig om gereed te raken voor een innerlijke verandering, een transformatie. Misschien was een innerlijk proces van reiniging nodig voordat er überhaupt een wonder mogelijk was.

De diakenen lossen het probleem niet op maar, laten we eerlijk zijn, zonder de diakenen kon het wonder evenmin plaatsvinden. Er moest wel water zijn dat überhaupt veranderd kon worden! Dat is het bijzondere in dit verhaal. We weten niet hoe een verandering plaatsvindt, hoe water in wijn verandert. We weten alleen dat dit niet kon gebeuren zonder de noeste en gehoorzame inzet van diakenen. En verder laten we het los, want we laten het wonder aan God. Het wonder is niet aan Mozes (Numeri 20) noch aan de bedienden. De diakenen zijn dus de waterdragers. Zoals er waterdragers zijn in het peloton van een wielerkoers. Zonder hen, zonder hun inzet, zonder hun vertrouwen, zonder hun bidonnetjes komen we om van de dorst.

Wie zijn de diakenen in deze gemeente…? Kan ik vingers zien? Nee, ik bedoel niet alleen diegenen die in het ambt van diaken bevestigd zijn. Ik bedoel in de geest van dit verhaal: wie zijn hier de diakenen? Aha, ik zie aarzelend meer vingers omhoog komen. Precies, we kunnen er allemaal voor kiezen om bediende te zijn, diaken.

3.
Ik weet natuurlijk dat wanneer het leven hapert, of wanneer we diep verslagen zijn, dat we dan niet zomaar weer verkwikt worden door maar gewoon water te dragen zoals Jezus dat vraagt. Soms duurt het zó lang. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen’. Nou, het lijkt er voor sommigen op alsof die tijd bijna eeuwig duurt, voordat er eindelijk iets van transformatie kan beginnen. Ik weet dat we soms heel lang moeten waterdragen voor mensen om ons heen. Niet alleen tot de rand, maar dan loopt het water bijna tot over de rand en nog verandert er niets. En lijkt het uitzichtloos. En ik weet dat we in deze wereld wel heel lang moeten blijven sjouwen met recht en vrede tot er eindelijk weer eens een muur valt. Maar het is de kunst om innerlijk te vertrouwen op de wonderbaarlijke transformatie van Gods kant. Water kan in wijn veranderen. Dat vergt veel goddelijke liefde en menselijk vertrouwen. Maar dan smaakt het ook! Een wonderlijk proces.

4.
Ik zei eerder dat ik op dit moment in dit verhaal instap bij de bedienden. Dat komt, denk ik, ook door de context waarin ik zelf woon en werk op dit moment. Ik deel dat graag met u in de hoop dat u het wellicht kunt vertalen naar uw eigen context.

Samen met Sietske, mijn vrouw, ben ik meer dan tien jaar geleden begonnen met de droom voor een nieuw klooster in Friesland, nota bene in Jorwert: Nijkleaster. In de loop van de jaren zijn we van niets gegroeid tot een van de eerste pioniersplekken en hopen we in de komende jaren uit te groeien tot een fysiek klooster in een eeuwenoude Friese boerderij en op een oeroude plek van een middeleeuws klooster, vlak buiten het dorp Jorwert. In het begin zei iedereen dat het volstrekte onzin was en niet haalbaar. Dromen tot in de hemel, maar niet realistisch. In de loop van de jaren zijn we gestaag doorgegaan. En hebben we op steun gekregen van zoveel mensen die gewoon meedoen en die waterdragen alsof hun leven er vanaf hangt! En bij elke fase is het weer wachten en waterdragen. Gaat het lukken, krijgen we het voor elkaar? Hoe lang duurt het nog? En nog meer waterdragen, met heel veel diakenen die soms meer vertrouwen lijken te hebben dan wijzelf. Steeds weer doen wat we moeten doen. Gehoorzaam zijn aan onze roeping. Waterdragen tot je een ons weegt. En vooral niet vergeten: eenvoudig en nederig blijven. Wij hebben het niet in de hand. Het wonder hebben we niet in eigen hand. Loslaten zodat we niet krampachtig ons vastklampen aan eigen plannetjes. Zelfs voor Mozes was dat niet weggelegd. Maar tegelijk, wat zijn we dankbaar voor een grote groep mensen die als diakenen fungeren. Zonder God te willen beperken: zonder die volhoudende en stoere diakenen gaat het niet. Daarom heb ik vandaag mijn instapmoment in dit verhaal bij de bedienden.

4.
Hoofdstuk twee van het Johannes evangelie, de bruiloft te Kana. Eerste teken aan de wereld, een openbaring! De evangelist valt direct met de deur in huis: ‘Op de derde dag’. Dit is een opstandingsverhaal. Dit is geen verhaaltje over wat er ooit gebeurd is, het is een verhaal over onszelf, over onze geestelijke weg. Hoe wij misschien kunnen omgaan met de haperingen in ons leven, in onze wereld. We hoeven de hele wereld niet op onze nek te nemen om die te redden, maar we hoeven ook niet verslagen bij de pakken neer te zitten. Om het gewoon maar vroom te zeggen: Heb vertrouwen in Gods goedheid en doe wat Jezus van je vraagt. Wees als een diaken en bikkel gewoon door, draag water … tot aan de rand. Om uiteindelijk de wijn ook te proeven. De beste!

ds. HINNE WAGENAAR
januari 2018

Geef een reactie