(2) Houden van mensen is rijk zijn in nood

treurwilgNijkleaster preken bij de zaligsprekingen (2)

‘Die Restauration der Kirche kommt gewiss aus einer Art neuen Mönchtums, das mit dem alten nur die Kompromisslosigkeit eines Lebens nach der Bergpredigt in der Nachfolge Christi gemeinsam hat. Ich glaube, es ist an der Zeit, hierfür die Menschen zu sammeln.’

‘Het herstel van de kerk komt zeker voort uit een nieuw soort monnikendom, dat met het oude slechts de onvoorwaardelijkheid van een leven volgens de Bergrede in navolging van Christus gemeenschappelijk heeft. Ik geloof dat het tijd is om mensen hiervoor bij elkaar te brengen.”

Dietrich Bonhoeffer in een brief aan zijn broer Karl-Friedrich (14.01.1935)

 

Lezingen:
Psalm 1 (H. Oosterhuis, 150 psalmen vrij)
Matteüs 5: 1-10

Houden van mensen is rijk zijn in nood

Henk Jongerius, cantor en liturgist in het dominicanen klooster te Huissen, begint één van zijn liederen met de woorden: ‘Houden van mensen is rijk zijn in nood’. De rest van het lied is me niet bijgebleven, maar deze woorden komen regelmatig bij mij bovendrijven. Ook bij de voorbereiding van deze preek over de tweede zaligspreking: ‘Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden’ (Matteüs 5: 4)

Deze zaligspreking kan maar al te makkelijk misverstaan worden, zeker bij de nieuwe vertalingen die beginnen met ‘gelukkig’ zoals het geval is in de Nieuwe Bijbel Vertaling en de Friese vertaling: ‘Lokkich dy’t treurje’. Nog erger wordt het wanneer de vertaling zo klinkt: ‘Het echte geluk is voor mensen die verdriet hebben’ (Bijbel in Gewone Taal). Je mag je blijkbaar gelukkig wanen in je verdriet, want dan word je door God getroost. Of zoals vroeger werd gezegd: ‘Wacht maar af. Ook al treur je nu, later in de hemel zal alles omkeren’.

Om de zaligsprekingen te verstaan is het belangrijk om de richting te begrijpen die Matteüs direct mee wil geven aan het begin van het (s)preken van Jezus. Jezus zit bij Matteüs als een nieuwe Mozes op de berg en geeft zijn richtingaanwijzers voor onderweg. Net zoals de 10 geboden dat waren voor het volk Israël onderweg, zo vormen de zaligsprekingen een aansporing voor de pelgrimsweg in de richting het beloofde land: ‘Je bent op de goede weg. Ga vooral verder, ook al is het niet eenvoudig. Dit is de geestelijke richting, de spirituele weg van het hemelse rijk!’

Ik denk dat Matteüs de zaligsprekingen heel bewust neerzet tegen de tijdsgeest van de context waarin hij met zijn vroegchristelijke gemeente leefde. Het waren geen eenvoudige tijden. Eindtijdverwachtingen waren gemeengoed. Het kon niet lang meer duren. Toen Jeruzalem volledig door de Romeinen werd verwoest in het jaar 70 betekende dat ook het einde van Israël. De wereld stond in brand. De verwoesting van de tempel tekende het einde van de wereld. Matteüs maakte dit mee en wist dat de mensen geen enkel vertrouwen meer hadden in een wereld van dood en verderf. Men was bang voor alles en iedereen. En boos op alles en iedereen. Ze keerden zich af van de wereld en zonderen zich af in de eigen groep. Wachtend op het einde. Van deze eindtijdverwachtingen zijn ook genoeg sporen te vinden in de teksten van het Nieuwe Testament.

Maar de eindtijd bleef uit en de wereld draaide door. Het verhaal over Jezus bleef echter betekenis houden en werd steeds belangrijker. Het mocht niet verloren gaan voor volgende generaties. Daarom schreef Matteüs zijn evangelie. Dat doe je niet wanneer je verwacht dat de wereld elk moment kan vergaan. Jezus, de nieuwe Mozes, gaat voor door de woestijn en geeft een radicaal nieuwe richting met de zaligsprekingen: richting het beloofde land. De wereld en de mensen zijn niet bedoeld om te vergaan ook al is het vaak een woestijn. Wij zoeken een nieuwe wereld en meten ons daarbij een spirituele houding aan, schrijft Matteüs. We gaan niet tekeer tegen de wereld maar gaan een geestelijke weg van armoede van geest, van treuren, van zachtmoedigheid, van hongeren en dorsten naar gerechtigheid, van barmhartigheid, van zuiverheid van hart, van het stichten van vrede en gerechtigheid.

Bij de woorden ‘zalig de treurenden’ gaat het dus om een geestelijke houding, niet om een verheerlijking van verdriet. Alsof we pas echt gelukkig zijn wanneer we verdriet hebben! De Jezus-volgelingen worden zalig genoemd vanwege een geestelijke attitude van treuren. Daarmee wordt bedoeld dat ze niet een houding aannemen van angst en boosheid, van onverschilligheid en cynisme ten opzichte van alles en iedereen: ‘Ach de wereld vergaat toch, het doet er niet toe. Dit is veeleer de bedoeling.’ Dat ze zich niet terugtrekken uit de wereld. Nee, ‘Zalig de treurenden’ impliceert een houding van compassie, van medeleven, van betrokkenheid, van aandacht. Dat we niet wegkijken van wat er gebeurt, ver weg en dichtbij. Dat we meetreuren, meeleven en meebidden. Dat we niet loslaten, zoals God ons niet loslaat: ‘Die trouw is tot in eeuwigheid en niet loslaat het werk van zijn handen.’

Ik herken de krachten van de angst en boosheid, van onverschilligheid en cynisme in onze eigen tijd. Er gebeurt veel en de wereld anno 2016 staat ook in brand: migratiestromen en vluchtelingen, milieuproblemen, terrorisme en aanslagen. Het maakt ons vandaag de dag ook angstig en boos. We kunnen al het nieuws niet aan en trekken ons maar liever terug in onze eigen wereld. Dat is een begrijpelijk reactie. Politieke leiders als Wilders en Trump komen bovendrijven op deze golven van onzekerheid. Dat kun je voorspellen en zien aankomen. Zij wijzen de vermeende schuldigen aan en doen dat met hardvochtige en meedogenloze woorden. Moslims zijn al snel allemaal terroristen. Mexicanen zijn misdadigers en verkrachters. De angst weelt tierig. Mensen herkennen hun eigen wereld niet meer en grijpen naar het oude en vertrouwde: grenzen dicht en geen vluchtelingen meer opnemen; Nederland uit de EU; verhoging van het defensie- en politiebudget; ontwikkelings-samenwerking stopzetten. We kunnen iedereen immers toch niet helpen. Zij, de schuldigen, doen het zelf en willen niet anders. Wij moeten eerst goed voor onszelf zorgen.

Beste mensen, de volgelingen van Jezus krijgen een radicaal andere weg aangeboden. Toen én nu! Zalig zijn jullie: de mensen die treuren, die niet onverschillig zijn. Die anderen niet aan hun lot overlaten. Die begaan zijn met de pijn en het verdriet van andere mensen, dichtbij en ver weg. Dit is de weg van de Bergrede, dit is de weg van mensen die zich geïnspireerd weten door het evangelie van Jezus. Ook al zijn onze armen vaak te kort om oplossingen te kunnen bieden en ook al kunnen wij de hele wereld niet dragen, dit is onze richting. Altijd en ondanks alles.

Het valt overigens niet mee om deze houding van compassie en meeleven vast te houden. Soms kijken we maar liever de andere kant op omdat we het niet meer kunnen aanzien. We kunnen maar een beperkt portie verdriet aan, naast onze eigen sores. En soms worden we meegesleurd in de waan van de dag en spreken wij zelf ook hardvochtige en meedogenloze woorden. Natuurlijk, wij zijn helden noch heiligen. De geestelijke weg van de zaligsprekingen vormt een weerbarstige uitdaging. Zalig de treurenden. Houden van mensen is rijk zijn in nood.

Vormt deze zaligspreking meer dan alleen maar een weerbarstige uitdaging? Hoe zit het dan met de troost? Zalig de treurenden, want ze zullen getroost worden. Wanneer en hoe worden we dan getroost? Misschien kun je ‘eenvoudig’ zeggen dat een treurende houding anderen om ons heen de gelegenheid geeft om ons te troosten. Als je treurt hoef je het verdriet en de pijn niet op te potten. We kunnen ons lang groot houden. We kunnen doen alsof er niets aan de hand is, ons verdriet ontkennen, leven voorbij alle pijn, de problemen weglachen. Niemand die ons dan nabij zal komen om ons te troosten of om een arm om de schouder te leggen. Hoe kunnen anderen ons troosten wanneer wij ons niet laten troosten? Wanneer we zo leven zonder onze treurnis te uiten, ontstaat er uiteindelijk een gat in onze ziel.

En in de tweede plaats: in het treuren met anderen ligt troost verborgen. In het meeleven, hoe vreemd ook, ligt vreugde. Niet omdat het mooi is, maar omdat gedeelte smart halve smart is. Omdat dan blijkt dat het leven nooit alleen maar bestaat uit pijn of verdriet. Het mooie is dat de periode van treuren en rouwen na het sterven van een geliefde vaak als waardevol wordt ervaren, hoe vertrietig ook. In zijn wijsheid schrijft de Prediker: ‘De gedachten van een wijze zijn graag in een huis vol rouw, die van een dwaas in een huis vol plezier’ (7: 4) Zelf ervaar ik de momenten van treuren en meeleven lang niet altijd als zwaar. Soms leer ik ervan, van de kracht en de weerbaarheid. Soms denk ik wel eens: ‘hoe houden mensen het vol, waar halen ze de kracht en de wijsheid vandaan?’ Op een of andere manier heeft God ons zo gemaakt dat we troost kunnen ervaren in het treuren. Dat we door de diepte met anderen heen kunnen ervaren dat God ons kracht en liefde geeft. Dat wij er een scherp inzicht en een scherpe intuïtie voor terugontvangen. Dat we het goede van het leven des te meer leren waarderen.

Tenslotte en misschien al te gewoon. Wanneer we treuren met anderen, dan treuren die anderen ook met ons mee in tijden van verdriet en tegenslag. En komen die ons troosten. God troost ons niet zomaar met een plotselinge omkering van ons verdriet. Gods troost kunnen wij ervaren in de weg die wij gaan, ook met anderen. Zalig de treurenden, want ze zullen getroost worden! Houden van mensen is rijk zijn in nood.

In Psalm 1 word je op dezelfde wijze als in de zaligsprekingen aangespoord om goed te leven. Gelukkig zul je zijn, welzalig, wanneer je Gods woorden prent in het hart van je verstand, zoals Oosterhuis dicht (150 Psalmen vrij)

Gezegend ben je
een boom aan stromend water
vruchten zul je dragen
blad dat niet vergeelt
het zal je goed gaan.

Daarom kies ik voor het beeld van de treurwilg als beeld bij deze tweede zaligspreking. Zalig de treurenden want ze zullen getroost worden. En zijn als een boom aan stromen water. Stevig, beschermend, troostend!

HINNE WAGENAAR
(september 2016)