Geert Mak over ‘God en Jorwert’

10 IMG_9819Op 28 september 2014 hield Geert Mak een rede op een speciale bijeenkomst van Nijkleaster. De fondsenwervingsactie ‘Het verhaal gaat door. Help ons bouwen’ werd afgesloten. Het resultaat van de verbouwing van de kerk van Jorwert (De verdieping/De ferdjipping) kon getoond worden aan de vele donateurs en vrijwilligers.  Voor die speciale ‘dank-je-wel-bijeenkomst’ hadden we Geert Mak uitgenodigd om iets te zeggen over God en Jorwert. Bijna elke week krijg ik als pionier-predikant in Jorwert wel de vraag ‘Is God verdwenen?’ of  ‘Is God weer terug?’ Ik word daar soms wel wat moe van en dacht: ‘Weet je wat? Ik vraag Geert Mak zelf daar eens iets over te zeggen. Hij staat immers zelf aan de oorsprong van die discussie?’ (met zijn boek ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’). Geert Mak nam de handschoen serieus op. Lees hier zijn rede ‘Verdween God uit Jorwert?’

VERDWEEN GOD UIT JORWERT?

Twintig jaar is het geleden, en ik herinner het me als de dag van gisteren. Het was een periode waarin ik het onderzoek en het schrijfwerk deed voor een project over het Europese platteland – een project met als centrum het dorp Jorwert.  Ik was hopeloos vastgelopen, dat heb je soms als je schrijft. Op een zondagmiddag, een middag als deze, ging ik langs bij mijn vriend en mede-schrijver, Hans Maarten vd Brink. Misschien kon hij me helpen. En dat deed hij. Hij legde me uit waar mijn problemen zaten, ontwarde een paar knopen waarin ik me hopeloos had verstrikt en zei tenslotte, bijna terloops: ‘Eigenlijk gaat het over ‘Hoe God verdween uit Jorwert’, vind je niet?’ “Dat is de titel”, dacht ik, “dit moet het wezen”, dat voelde ik direct. Maar waarom?

We zitten nu hier, vanmiddag, ons verheugend over de komst van een nieuw klooster in Jorwert, en ik hoop maar dat dit klooster en deze bijeenkomst niets meer van doen hebben met de titel die we toen verzonnen. Maar zeker weet ik dat niet. En daarom is het goed daar toch nog maar eens een paar dingen over te zeggen. Want wat heeft die boektitel een lange echo gehad.

Er waren, vanaf het begin, twee soorten reacties. De eerste soort richtte zich vooral op het woord ‘verdween’: ‘Wat’, riep Jacob Noordmans, hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant bij de presentatie, hier in deze kerk, ‘Wat is dat voor onzin, die titel. Die Jorwerters, altijd zuipen en doen en dansen op zondag, hier is God helemaal nooit geweest!’

En eerlijk gezegd, die faam van Jorwert, klopt wel een beetje. De oudste bron over Jorwert, afgezien van allerlei akten, het dagboek van Sluyteman uit de 18e eeuw staat inderdaad vol feestjes en dronken ongelukken met de sjees. Ook het vrome volk bleef niet onberoerd: herhaaldelijk werden Jorwerter predikanten uit hun ambt ontzet wegens ‘verfoeilijke dronkenschappen’. De gemeente hoorde, zo werd van één predikant gezegd, ‘meer verwerde redenen van de kansel als ’t zuivere woord Gods’.  Kijk maar uit, Sietske en Hinne! Serieus: Jorwert is altijd een blij en vrijdenkend dorp geweest en ook de komst van een klooster zal dat niet veranderen. Het Evangelie laat water wel in wijn veranderen, niet omgekeerd.

De tweede reactie richtte zich vooral op het begrip ‘God’ uit de titel. ‘God’ werd in die kritiek beperkt tot een instituut, tot de kerk, tot dit gebouw. Een paar jaar geleden werd ik zelfs benaderd door een productiemaatschappij die verbonden was aan de EO: ze hadden een plan bedacht om tijdens een decembermaand met Arie Boomsma, Andries Knevel en nog een paar andere EO-corifeeën bij alle Jorwerters op huisbezoek te gaan en te proberen om iedereen naar een speciale Kerstdienst te lokken. Die dienst zou dan natuurlijk met veel fanfare op de TV worden uitgezonden. Er was, meen ik me te herinneren, ook nog een soort wedstrijd aan verbonden: wie de meeste zieltjes had binnengehaald had gewonnen. Zo zouden ze God, dachten de plannenmakers, weer  even terugbrengen in Jorwert. Ik waarschuwde hen: Jorwert is geen abstractie, het is een springlevende gemeenschap, laat die Jorwerters in hun waarde. Bonifatius viel ook niet bijster goed bij de Friezen.

Gek genoeg had niemand het ooit over het derde element van die titel: Jorwert zelf. Besef het wel: u als aanjagers en sympathisanten van dit klooster, als potentiële kloosterlingen wellicht, u bent met dit project in een heel bijzonder dorp terechtgekomen. Een dorp dat u nu, heel voorzichtig, verkent, een klein dorp waar toch wel een heel groot project gaat landen, in het hart van die oude, uitgebalanceerde gemeenschap. U komt hier nieuw, en u bent, dat hoor ik aan alle kanten, zeer hartelijk welkom. Maar Jorwert is geen begrip en geen boekenwoord. Het leeft, volop, op zijn eigen manier, al zo’n 800 jaar. Koester dat. Respecteer het. En wees er zuinig op.

Waarom, opnieuw, die titel. Waar kwam dat gevoel vandaan, op die zondagmiddag twintig jaar geleden, dat het zo moest worden, en niets anders? Allereerst staat ‘Jorwert’ uiteraard voor het dorp en het platteland in zijn algemeenheid. De theoretische grondslag van het boek – en die is omvangrijker dan ogenschijnlijk lijkt – is grotendeels gebaseerd op Franse, Poolse, Britse en Amerikaanse studies en tot de dag van vandaag vindt het boek in bijvoorbeeld Duitsland en Groot-Brittannië grif aftrek. Veel, zo niet alles, is ook voor de lezers daar herkenbaar. Een belangrijk aspect van die herkenbaarheid is terug te vinden in het centrale hoofdstuk van het boek, het zesde hoofdstuk, dat dezelfde titel draagt als het boek zelf.

Gek genoeg hebben veel vrome mensen die over die titel jammerden blijkbaar nooit de moeite genomen om dit hoofdstuk goed te lezen. Dat gaat namelijk precies over datgene waarover zij zich ook zorgen maken: de verschraling van onze waardesystemen, de algemene tendens om religieuze en spirituele gevoelens geen plaats meer te geven in het maatschappelijke en politieke denken, om alles wat niet direct rationeel en cijfermatig vastgelegd kan worden te negeren, om alles wat met het goddelijke en tegelijk puur menselijke  te maken heeft weg te lachen. ‘Boeren,’ schrijf ik in dat hoofdstuk, ‘deden hier net zo goed aan mee als stadsmensen, maar onder de oppervlakte lag een scheiding der geesten. Boeren, zelfs de modernste, wisten immers beter dan stadsmensen dat ze niet alles wisten. Ze kenden de toekomst niet, en ze kenden het heden niet, en ze accepteerden het mysterie met meer ontzag. Ze maakten dankbaar gebruik van alle computertechnieken die God hen schonk, maar ze wisten dat de vooruitgang van het weten nooit de omvang van het onbekende zou verminderen.’

Die tendens tot rationalisering en secularisering, die twintig jaar geleden al volop aanwezig was, is de afgelopen decennia nog veel en veel sterker geworden, ook in Jorwert.

Hoe begon dat proces? Daarvoor moeten we een eeuw of vijf teruggaan. Een van de grafzerken waarop u zit is van Hottie Fons, pastoor te Jorwert, gestorven op 26 november 1556. Kijkt u straks eens goed naar die zerk, het is de moeite waard. Er is geen christelijk motief meer op te bekennen, het is een zerk in een pure Italiaanse renaissancestijl, heel bijzonder voor die tijd in zo’n ver Fries dorp. Hotti leefde in het midden van de zestiende eeuw, het begin van de overgang van de middeleeuwen naar, wat wij nu noemen, de moderne tijd. Het was een eeuw vol verwarring, vol nieuwe ontdekkingen, vol nieuwe denkvormen, dat ook. Het oude geloof werd meer en meer losgelaten, en wat kwam ervoor in de plaats?

Hottie was, gezien zijn grafmonument, duidelijk vol van al dit nieuwe. Hij was als iemand die, zoals de historicus René van Stipriaan het zo mooi beschrijft, voor het eerst met een kaarsje een griezelige oude zolder betreedt vol bestofte spullen, alles wat ritselt is nog eng, maar toch ook spannend. Het wordt ochtend, langzaam begint zo’n zoeker, in dat beginnende licht, een paar verbanden te zien. De zon komt erbij, het wordt lichter en lichter, en al die spullen op zolder krijgen een context, alle geluiden en spookachtigheden krijgen een duidelijke oorzaak, het wordt allemaal steeds helderder op die zolder, maar ook steeds minder spannend. Het wordt vanzelfsprekend.

Hottie Fons stond zo aan het begin van het proces van Verlichting dat plaatsvond in de afgelopen eeuwen en dat, mede, ook de religieuze boodschap heeft bepaald die hier in deze kerk werd verkondigd. Die helderheid heeft rust gebracht, en vaak ook een groot gevoel van bevrijding. Maar het heeft tegelijk een aantal illusies in het leven geroepen die zo in het hedendaagse denken zijn vastgeroest dat ze, hoewel nooit als zodanig erkend, nieuwe geloofsartikelen zijn gaan vormen.  De illusies van maakbaarheid en meetbaarheid, bijvoorbeeld, en van alwetendheid en van eeuwige groei. Al die illusies komen in deze tijd vooral samen in het triomfantelijk geloof in de alwijsheid van het fenomeen ‘vrije markt’, een geloof dat het hedendaagse denken en politieke handelen, zeker in het koopmansland Nederland, in vergaande mate bepaalt.  Ik hanteer hier met opzet het woord geloof, omdat het credo van de vrije markt ronduit religieuze trekken heeft aangenomen. Meer en meer lijken ‘de eisen’ van ‘de markt’ ons te verlossen van duizend en één ethische vraagstukken: ‘de markt’ is in die optiek de uiteindelijk scheidsrechter over alles wat ‘goed’ en wat ‘fout’ is.

Ooit was economie een normatieve wetenschap, de economen beseften heel goed dat achter hun cijferwerk duizend en één keuzes lagen, politieke keuzes, ethische keuzes. Die tijd lijkt voorgoed voorbij – althans in dit deel van Europa.  Bijna de helft van de Spaanse jeugd werkloos door het afknijpbeleid van Duitsland en Nederland? Vreselijk, ja, maar de financiële markten dwingen ons ertoe. Wanhopige vluchtelingen die bij duizenden in de Middellandse Zee verdrinken? Treurig ja, maar ons quotum is vol. Warme, veilige en goed functionerende dorpsscholen enkel afrekenen op de cijfertjes van de CITO-toets? Helaas, de arbeidsmarkt eist dat. Wat kunnen we ons goed achter de cijfers verschuilen!

In dit dorp heb ik nog nooit iemand het woord ‘mantelzorg’ in de mond horen nemen, maar ondertussen gebeurt dat hier op grote schaal. Altijd ook zo geweest. Vrijwilligerswerk en burenhulp, idem dito. Dat doen al die Jorwerters gewoon uit verantwoordelijkheidsgevoel, uit solidariteit en uit overtuiging. Maar in het marktdenken telt dat allemaal niet – ja,  tenzij je er opeens een miljardenbezuiniging mee wilt financieren. In dat denken is de wereld gereduceerd tot materie, tot geld en vooral tot getallen, eindcijfers, toetsen en wat dies meer zij. Al het andere – intuïtie, traditie, menselijkheid –  speelt, als het erop aankomt, nauwelijks een rol. Het getal, de koude meetbaarheid, raakt zo ons bestaan op een manier die we een halve eeuw geleden niet voor mogelijk zouden hebben gehouden. In Bijbelse termen: de Mammon regeert.

Met deze secularisering vindt zo, in toenemende mate, een loskoppeling plaats van politiek en spiritualiteit die vergaande consequenties heeft.  Juist in een crisis blijkt echter hoe fataal het uitpakt als een samenleving geen diepere zin meer kent, als een politieke gemeenschap niet meer voor ogen heeft wat de gemeenschappelijk waarden en doeleinden zijn. En politiek zonder geloof, zonder een diepe drive, verenigt uiteindelijk niet, maar verdeelt alleen maar.

André Malraux, Frans schrijver en later minister van cultuur, zei ooit: ‘De 21e eeuw zal religieus zijn, of níet zijn.’ Volgens hem was die nadruk op spirituele waarden van levensbelang voor onze overleving. Zo niet, dan zouden we uiteindelijk ten onder gaan aan ons eigen geweld. Aan ons fysieke, militaire geweld, maar net zo goed aan het structurele geweld van onze verpletterende overvloed. We weten het allemaal, tenzij we het niet willen weten: onze beschaving gaat, als we niet uitkijken, kapot aan de immense klimaatproblemen die aan de horizon op ons af komen rollen. Die problemen zijn globaal en van de lange termijn, onttrekken zich daarmee aan het hedendaagse politieke- en marktdenken van het ik-ik-ik en van de korte termijn. Ze zijn dan ook, zoals we deze week opnieuw in New York zagen, binnen die context ook niet meer oplosbaar. Zonder andersoortige waarden kunnen we, inderdaad, de 21e eeuw niet overleven. Zonder religieuze waarden, van welke aard ook, bestaat er geen spiritueel tegenwicht tegen ons materialisme en ons dodelijke marktdenken. Zonder dat geloof en visie en idealen die daaruit voortvloeien worden onze politieke leidslieden steeds kleiner: ze hebben geen duidelijk doel meer dat hen voortdrijft, afgezien van de dagelijkse peilingen van Maurice de Hondt.

In dat licht is een revival van de kloostertradities, waarin juist deze waarden worden uitgedragen en verder ontwikkeld voor deze tijd, niet alleen belangrijk en interessant, maar onvermijdelijk.

Alleen: religie is een oneindig breder begrip dan enkel ‘kerk’ of ‘godsdienst’. De oerbetekenis van het woord religie is, niet voor niets afkomstig van het Latijnse ‘religare’, verbinden.  Het woord doelt op het verbinden van het aardse met het hemelse, maar ook op het verbinden van het weetbare en het rationele met het niet-weetbare en het niet-meetbare. Bij religie hoort dan ook onvermijdelijk onzekerheid, en acceptatie van onzekerheid. Het is en blijft, zoals Søren Kierkegaard het uitdrukte, ‘die sprong in het onbekende’, die ‘donkere spiegel in raadselen’ waarover 1 Korintiërs 13 schrijft.

En tegelijk is religie, in de brede zin van het woord, een verbindende kracht tussen ons allen, als kinderen van deze schepping, tenminste, dat kan het zijn. Datzelfde 1 Korintiërs 13 bevat immers tegelijkertijd een lofzang op de ‘agapè’, de liefde voor de medemens, de empathie zouden we zeggen. Het is pure poëzie, dat 1 Korintiërs 13,  een van de mooiste teksten uit de oudheid, en daarnaast een intens religieuze tekst: ‘Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde, de empathie, niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal.’ Religie gaat zo veel verder dan welk instituut ook. Religie is kijken in elkaars ogen. Religie is verzoening. Religie is muziek. Religie is kunst die raakt, die verbindt.

Religie kan ook een dorp zijn.

Ik zei het al, Jorwert is een heel bijzonder dorp. Drie weken geleden zaten bijna alle  Jorwerters snikkend in ditzelfde gebouw, helemaal kapot. Er was een ellendig ongeluk gebeurd waarbij vijf jongens uit het dorp waren betrokken. Eentje had het niet overleefd. Er heersten, onder alle verdriet, ook intense gevoelens van verwarring en schuld, zeker bij de betrokken jongens. Maar de dorpelingen hielden elkaar vast, iedereen, de ouders van de omgekomen jongen zetten hun huis wagenwijd open, de dorpsjeugd zat naast hun dode kameraad, praatte, hield een optocht, het dorp bracht deze jongen uiteindelijk weg in indrukwekkende eensgezindheid. De manier waarop de mensen hier met deze ramp omgingen, met name de ouders, is ook een vorm van religie – al viel het woord ‘God’ geen enkele keer.

Jorwert is een gezegend dorp. De komst van dit klooster kan een verrijking zijn, in alle opzichten. Het kan echter ook wel eens zijn dat, wat u met dit klooster hier wilt brengen, in dit dorp allang aanwezig is. Wat sommige boektitels u ook wijs mogen maken.
Geert Mak

(28 september 2014)

Copyright Stifting Nijkleaster

Geef een reactie